Categorieën
Heiligen en kerkvaders

Engelen

In de Bijbel lezen wij over geestelijke wezens die “engelen” worden genoemd. De engelen waren getuigen van de schepping van de mens, vergezelden hem in zijn val en verlossing, en dienden God in Zijn heilsplan. Wat zijn engelen eigenlijk en wat weten wij over hen?

Wat zijn engelen?

Engelen zijn hemelse, welbespraakte geestelijke wezens met verstand en een vrije wil. Zij zijn door God geschapen aan het begin van de schepping om Hem te loven, te aanbidden en Hem te dienen.

Het woord ‘engel’ is afkomstig uit het Griekse ἄγγελος; ángelos en betekent “boodschapper”. Het Syrische woord voor boodschapper is ܡܰܠܰܐܟܳܐ “malakho”). Engelen worden boodschappers genoemd, omdat zij het dichtst bij God staan en de Goddelijke openbaringen als eerste ontvangen en doorgeven. In hymnen en liturgische gebeden worden engelen ook wel “nurone” ܢܽܘܪ̈ܳܢܶܐ (vuurwezens) of “‘ire” ܥܺܝܪ̈ܶܐ (wachters) genoemd.

Hoe zien engelen eruit?

Engelen zijn geesten en zijn dus niet gebonden aan een materieel lichaam. Hoewel zij geen lichamelijke gestalte hebben, kunnen zij wel tijdelijke, zichtbare gestalten aannemen om met mensen te communiceren. In de Bijbel verschijnen engelen in uiteenlopende gedaanten. Enkele voorbeelden hiervan zijn:

  • In Genesis 19:1-3 komen twee engelen als mannen aan bij Lot in Sodom;
  • De engel die aan Daniël verscheen, was als bliksem en zijn ogen als vurige fakkels (Daniël 10:5-6);
  • De engel bij Jezus’ graf had een gelaat “als bliksem” en kleding dat “zo wit is als sneeuw” (Mattheus 28:2-3);
  • Jesaja zag in zijn visioen Serafijnen met zes vleugels (Jesaja 6:2). Twee bedekten hun gezicht, twee hun voeten en met twee vlogen zij;
  • De Cherubijnen die Ezechiël zag hadden vier gezichten (mens, leeuw, os en adelaar), vier vleugels, rechte benen met voeten als een kalf en werden bedekt met ogen (Ezechiël 1:5-13);  Weer andere Cherubijnen die Ezechiël beschrijft hebben twee gezichten, van een mens en van een jonge leeuw (Ezechiël 41: 18-19). De vier Cherubijnen die in Openbaring worden beschreven, leken op een leeuw, een kalf, een mens en een vliegende arend. Ook hadden zij elk voor zich zes vleugels rondom en van binnen waren die vol ogen (Openbaring 4:6-7).

Hoeveelheid engelen en hun kenmerken

De Bijbel noemt geen exact aantal, maar spreekt over ontelbare menigten: ‘tienduizend maal tienduizenden’ (Daniël 7:10, Openbaring 5:11). Engelen overtreffen de mens in kennis en macht. Zij beschikken weliswaar over een uitgebreide wijsheid, maar zij zijn niet alwetend. Immers, alleen God is alwetend.

Engelen worden niet geboren en sterven niet. De veelgehoorde gedachte dat overledenen engelen worden, is dus onjuist. Mensen hebben alleen één gelijkenis met de engelen: Na de opstanding kunnen mensen ‘immers niet meer sterven, want ze zijn aan engelen gelijk’ (Lukas 20:36).

De engelen aanbidden God, knielen voor Hem en loven Hem dag en nacht, zonder ophouden. Ook bidden zij met gelovigen mee wanneer wij de heilige liturgie vieren. Het engelengebed komt daarnaast ook in de liturgie voor:

ܩܰܕܺܝܫ ܩܰܕܺܝܫ ܩܰܕܺܝܫ ܡܳܪܝܳܐ ܐܰܠܳܗܳܐ ܚܰܝܠܬܳܢܳܐ܆ ܗܰܘ ܕܰܡܠܶܝܢ ܫܡܰܝܳܐ ܘܰܐܪܥܳܐ ܡܶܢ ܬܶܫ̈ܒܚܳܬܶܗ. ܐܽܘܫܰܥܢܳܐ ܒܰܡܪ̈ܰܘܡܶܐ. ܒܪܺܝܟ̣ ܕܶܐܬܳܐ ܘܳܐܬܶܐ ܒܰܫܡܶܗ ܕܡܳܪܝܳܐ. ܬܶܫܒܽܘܚܬܳܐ ܒܰܡܪ̈ܰܘܡܶܐ܀

Heilig, heilig, heilig is de Heer, de machtige God, Hij van wiens heerlijkheid hemel en aarde vol zijn: hosanna in den hoge. Gezegend Hij die kwam en die komen zal in de naam van de Heer: lof in den hoge.

Jesaja 6:3 en Openbaring 4:8 & de hymne “Qadish Qadish” op kolesuryoye

De Bijbel laat ons zien dat engelen ook als bemiddelaars optreden tussen God en de mensen. Engelen brengen boodschappen van God over en voeren Zijn oordelen uit. In het Oude en Nieuwe Testament helpen zij mensen in nood, zoals Daniël in de leeuwenkuil en Petrus in de gevangenis.

De beschermengel

Uit Gods liefde voor de mensheid heeft elke gelovige een beschermengel ontvangen (Mattheus 18:10). Deze begeleidt de mens vanaf de moederschoot tot aan de dood, draagt zijn gebeden op aan God en waakt over zijn ziel en lichaam. Zo lezen wij namelijk in de Psalmen:

“De engel van de HEERE legert zich rondom hen die Hem vrezen, en redt hen.”

Psalm 34:8

“Want Hij zal voor u Zijn engelen bevel geven dat zij u bewaren op al uw wegen. Zij zullen u op de handen dragen, zodat u uw voet aan geen steen stoot.”

Psalm 91:11-13

De beschermengel leidt de gelovige op het pad van gerechtigheid en verheugt zich over elke zondaar die zich bekeert (Lucas 15:10). Zij proberen dan ook de gelovigen van de zonde weg te houden en vechten tegen boze geesten door voor de gelovigen te bidden. Wanneer een gelovige sterft, dragen de engelen de zielen van de rechtvaardigen naar de hemel. Zo staat immers geschreven:

“Het gebeurde nu dat de bedelaar stierf en door de engelen in de schoot van Abraham gedragen werd.”

Lukas 16:22

Rangen en namen van engelen

De kerkelijke Traditie leert ons dat engelen hiërarchisch zijn geordend in negen rangen, verdeeld over drie niveaus. De eerste rang omvat de Cherubijnen (Genesis 3:23-24), de Serafijnen (Jesaja 6:1-4) en de Tronen (Kolossenzen 1:14-16). De tweede rang omvat de Heerschappijen, de Machten en de Krachten (1 Petrus 3:22). Tot slot omvat de derde rang de Vorstendommen, de Aartsengelen en de Engelen.

  • Hoge rang: Cherubijnen, Serafijnen en Tronen;
  • Middelste rang: Heerschappijen, Machten en Krachten;
  • Lagere rang: Vorstendommen, Aartsengelen en Engelen.

Deze drie rangen verwijzen naar de drie rangen van het priesterschap, namelijk het episcopaat, het priesterschap en het diaconaat. Johannes van Dara, de metropoliet van Dara (+860), schrijft hierover in zijn boek “Hemelse en kerkelijke rangorde” het volgende:

Er zijn twee soorten wezens die kunnen spreken: engelen en mensen. Engelen zijn geestelijk, net als hun priesterschap, dat puur geestelijk is en deze wereld overstijgt. Aangezien engelen geen verandering ondergaan in termen van leeftijd en zij geen jeugd en ouderdom ervaren, moet hun priesterschap statisch zijn, zonder toename, afname of verandering. Zij verschuiven ook niet van de ene rang naar de andere. Mensen zijn echter gebonden aan hun steeds veranderende lichaam, dat opgroeit, volwassen wordt, oud wordt en vervolgens sterft, en als zodanig is hun het soort priesterschap toegekend dat bij hen past.

Hemelse en kerkelijke rangorde, Johannes van Dara (+860)

Bekende engelen

In de Bijbel worden slechts vier aartsengelen bij naam genoemd:

  1. Gabriël – Zijn naam betekent “(sterke) man van God”. Hij zei over zichzelf: “Ik ben Gabriël die voor God staat” (Lucas 1:19). Gabriël is tevens de verkondiger van de geboorten van Johannes de Doper en Jezus;
  2. Michaël – Zijn naam betekent “wie is als God”. Michaël streed met de duivel om het lichaam van Mozes (Judas 1:9) en wint de eindstrijd tegen de draak en zijn engelen (Openbaring 12:7-12);
  3. Rafaël – Zijn naam betekent “God geneest” Rafaël vergezelde Tobias, de zoon van Tobit, op zijn gevaarlijke reis. Hij zei over zichzelf: “Ik ben Rafaël, een van de zeven engelen die mogen naderen tot de troon van God en in zijn nabijheid mogen verkeren.” (Tobit 12:15);
  4. Uriël – Zijn naam betekent “licht van God” (2 Ezra 4:10).

De val van de engelen

Engelen hebben een vrije wil en kunnen er daarom ook voor kiezen om God niet te gehoorzamen. Sommige engelen vielen uit hoogmoed en ongehoorzaamheid en werden demonen. Hun leider, Lucifer (Satan), wilde aan God gelijk zijn en werd uit de hemel geworpen. Zo lezen wij in het boek Jesaja:

“Hoe bent u uit de hemel gevallen, morgenster, zoon van de dageraad! U ligt geveld op de aarde, overwinnaar over de heidenvolken! En ú zei in uw hart: Ik zal opstijgen naar de hemel; tot boven Gods sterren zal ik mijn troon verheffen, ik zal zetelen op de berg van de ontmoeting aan de noordzijde. Ik zal opstijgen boven de wolkenhoogten, ik zal mij gelijkstellen met de Allerhoogste. Echter, u bent in het rijk van de dood neergestort, in het diepst van de kuil!”

Jesaja 14:12-15

In de brief van Judas lezen we dat God opstandige engelen straft (Judas 1:6) en de apostel Petrus voegt eraan toe dat God hen in de hel geworpen heeft en heeft overgegeven aan de ketenen van de duisternis (2 Petrus 2:4).

Deze gevallen engelen haten de mens, omdat deze in de gunst staat van God. Daarom proberen de gevallen engelen de mens tot zonde te verleiden. De gevallen engelen hebben echter geen macht over de mens buiten diens vrije wil. Christus heeft namelijk hun macht overwonnen door Zijn dood en opstanding. Door Zijn opstanding heeft Hij de dood overwonnen en met grote kracht vertrapt. Zo heeft Hij de gehele schepping vernieuwd. De mens leeft te midden van een geestelijke strijd tussen heilige engelen en boze geesten. De apostel Paulus waarschuwt dat wij niet alleen strijden tegen “vlees en bloed”, maar tegen geestelijke machten van het kwaad. Door gebed, vasten en het teken van het kruis kan de gelovige echter standhouden.

Conclusie

Engelen zijn bijzondere wezens en dienaren van God die ons beschermen, leiden en inspireren tot goedheid. We zijn God dankbaar dat Hij, uit Zijn overvloedige barmhartigheid en zorg, ieder van ons een beschermengel heeft toegewezen. De Kerk houdt herdenkingsdagen voor sommige engelen en eert hen als heiligen. Laten wij hen daarom eren, in de hoop dat wij ons eens bij hen mogen voegen en, net als zij, erfgenamen worden van Christus’ hemels Koninkrijk.

Dit artikel is gebaseerd op het artikel “The Angels”, geschreven door Z.H. Mor Ignatius Zakka I Iwas. Klik hier voor het originele artikel.